Bedrijfswagens en mobiliteit in België: 10 cruciale wijzigingen vanaf 1 januari 2026

Wat verandert er concreet voor bedrijven, fleets en werknemers in 2026?

2026 wordt een sleutelmoment voor het mobiliteitsbeleid van Belgische ondernemingen. Nieuwe fiscale regels rond bedrijfswagens, elektrificatie, CO₂-solidariteitsbijdragen en lage-emissiezones zullen een directe impact hebben op heel wat bedrijven in België. Voor fleetmanagers, hr-verantwoordelijken, CFO’s en zaakvoerders is het essentieel om vandaag al een duidelijk overzicht te hebben van wat er precies verandert. Hieronder vind je de 10 belangrijkste wijzigingen vanaf 1 januari 2026.

1. Fiscale aftrekbaarheid: PHEV’s en klassieke wagens verliezen aantrekkelijkheid

1 januari 2026 vormt een kantelpunt voor de fiscale aftrekbaarheid van bedrijfswagens in België. De spelregels wijzigen fundamenteel:

· Klassieke voertuigen en plug-in hybrides (PHEV’s) die vanaf nu worden besteld, verliezen hun volledige fiscale aftrekbaarheid.

· Voor PHEV’s besteld vóór eind 2025 geldt een overgangsregeling:

     · 50% aftrek in 2026
     · 25% aftrek in 2027
     · 0% aftrek vanaf 2028

· Volledig elektrische voertuigen en waterstofwagens behouden hun 100% fiscale aftrekbaarheid.

Deze maatregel heeft een directe impact op aankoop- en leasingbeslissingen binnen bedrijfsfleets.

2. CO₂-solidariteitsbijdrage stijgt voor werkgevers

De maandelijkse CO₂-solidariteitsbijdrage die werkgevers betalen voor bedrijfswagens en die berekend wordt op basis van de CO₂-uitstoot, wordt geïndexeerd en verder verhoogd.  

 

Het gevolg? Wagens met fossiele aandrijving worden structureel duurder voor werkgevers. Daartegenover staat dat elektrische voertuigen relatief aantrekkelijk blijven binnen het kostenplaatje.

3. Voordeel van alle aard (VAA) stijgt voor werknemers

Ook voor werknemers verandert er veel. Het voordeel van alle aard (VAA) blijft berekend op basis van de cataloguswaarde, CO₂-uitstoot en de leeftijd van het voertuig.

 

Wel worden de CO₂-referentiewaarden verlaagd, wat automatisch leidt tot een stijging van het VAA voor benzine- en dieselwagens.

  

Bijkomende wijzigingen in 2026:

· Het minimum VAA stijgt tot ongeveer € 1.690, ongeacht de aandrijving.
· Het vrijgestelde bedrag voor woon-werkverkeer wordt geïndexeerd tot € 500.

  

Dit heeft een rechtstreekse impact op het nettoloon van werknemers met een bedrijfswagen.

4. Aparte regeling voor zelfstandigen met PHEV’s

Voor zelfstandigen blijft een specifieke en gunstigere fiscale regeling voor plug-inhybrides bestaan, op voorwaarde dat zij voldoen aan strikte CO₂- en gebruikscriteria.

 

Deze uitzondering geldt niet voor vennootschappen en bedrijfsleiders die een wagen gebruiken via hun rechtspersoon. Het onderscheid tussen eensmanszaken en vennootschappen blijft dus cruciaal.

5. Regionale fiscaliteit: einde vrijstellingen in Vlaanderen

Vanaf 2026 verdwijnen in Vlaanderen de fiscale vrijstellingen voor de belasting op inverkeerstelling (BIV) en de jaarlijkse verkeersbelasting. Dit geldt ook voor elektrische en waterstofwagens.

 

In Brussel blijft het federale kader behouden, maar de regionale regels worden aangescherpt. In de praktijk leidt dit tot een hogere totale kost voor elektrische voertuigen in Vlaanderen in vergelijking met vandaag.

6. Lage-emissiezones (LEZ): duidelijke regionale verschillen

De regels rond lage-emissiezones (LEZ) blijven regionaal bepaald en wijzigen vanaf 2026: 

· In Brussel gaat de geplande verstrenging effectief in op 1 januari 2026:

     · verbod op diesel Euro 5

     · verbod op benzine Euro 2

· Dit volgt op de vernietiging van het uitstel door het Grondwettelijk Hof.

· In Vlaanderen wordt de geplande aanscherping van de LEZ in Antwerpen en Gent geschrapt. De bestaande regels blijven behouden.

Deze verschillen hebben een directe impact op wagenparkplanning en dagelijkse verplaatsingen van werknemers.

7. Nieuwe milieubelasting bij aankoop van geëlektrificeerde wagens

Vanaf 1 januari 2026 wordt bij de aankoop van bepaalde geëlektrificeerde voertuigen, inclusief EV’s, een eenmalige milieubelasting ingevoerd. Het bedrag varieert per voertuigtype en kan oplopen tot ongeveer € 100. Hoewel beperkt, is dit een bijkomende kost om rekening mee te houden bij bestellingen.

8. Thuisladen: aangepaste forfaitaire terugbetalingen

De bestaande regeling voor de terugbetaling van elektriciteit bij thuisladen blijft behouden. Wel worden de forfaitaire bedragen elk kwartaal aangepast, zodat ze beter aansluiten bij de evolutie van de energieprijzen.

 

Dit systeem blijft praktisch in gebruik, fiscaal aanvaard en interessant voor zowel werkgevers als werknemers met een elektrische bedrijfswagen.

9. Minder fiscale voordelen voor vzw’s

Vanaf 2026 verdwijnen bepaalde specifieke fiscale voordelen voor vzw’s gedeeltelijk. Niet alle uitzonderingen worden afgeschaft, maar verenigingen en non-profitorganisaties zullen hun mobiliteitsbeleid moeten herbekijken binnen het algemene fiscale kader. Een nichemaatregel, maar wel relevant voor de publieke en non-profitsector.

10. Mobiliteitsbudget: grotere rol in 2026, verplichte invoering vanaf 2027

Het mobiliteitsbudget krijgt vanaf 2026 een steeds belangrijkere plaats in het Belgische mobiliteitsbeleid. De bedragen worden geïndexeerd:

· Minimumbedrag: ongeveer € 3.233.
· Maximumbedrag: circa € 17.244.

Hierdoor positioneert het mobiliteitsbudget zich verder als een volwaardig alternatief voor de bedrijfswagen.

 

De eerder aangekondigde verplichte invoering voor werkgevers met bedrijfswagens gaat niet in op 1 januari 2026. In plaats daarvan wordt de verplichting uitgesteld en gefaseerd ingevoerd:

· Grote ondernemingen (≥ 50 werknemers): verplicht vanaf 1 januari 2027
· Kmo’s met 15 tot 50 werknemers: verplicht vanaf 1 januari 2028
· Kmo’s met minder dan 15 werknemers: geen verplichting onder de huidige voorstellen

Deze aanpak geeft bedrijven extra tijd om hun mobiliteitsstrategie, loonbeleid en interne processen aan te passen.

 

 

 

Conclusie: anticiperen is essentieel

De hervormingen die ingaan op 1 januari 2026 betekenen een duidelijke koerswijziging in het Belgische mobiliteits- en fiscaliteitsbeleid. Klassieke bedrijfswagens en plug-inhybrides worden structureel minder aantrekkelijk, terwijl elektrische mobiliteit en het mobiliteitsbudget terrein winnen.

 

Voor ondernemingen is afwachten geen optie. Een toekomstgericht mobiliteitsbeleid vereist vandaag al een grondige analyse van de fiscale impact, TCO, hr- en loonstrategie en regionale verschillen. Kan je daar wat hulp bij gebruiken? Onze experts staan voor je klaar.

 

Veelgestelde vragen over de nieuwe maatregelen voor bedrijfswagens en mobiliteit in 2026

Onze mobiliteit is in volle evolutie. Blijft u graag op de hoogte?

Via onze nieuwsbrief ontvangt u alle onmisbare informatie over:
  • Advies rond fiscaliteit en elektrificatie

  • Nieuwe modellen van wagens, e-bikes, laadoplossingen…

  • Alles over onze nieuwe diensten en hun voordelen